Categorieën
Kuurne

Fin du Moulin

Over ’t Molentje dat stopt met draaien.

Het is aangekondigd als een evenement, maar eigenlijk is het een begrafenis. De tweede al. ’t Molentje werd ooit eerder dood verklaard en begraven – met stoet en al – toen het moest verhuizen. Het haperde even in zijn gedraai, maar verrees uit zijn as en bleef dé plek waar de helft van de Kuurnse jeugd zijn toevlucht vond. Ik zeg de helft, ja. De andere helft zat in den Tap of de Pedeir, en dat mengde zich gewoonlijk niet. Eens Molenaar, altijd Molenaar. Ze hebben er echt àlles aan gedaan om het te laten draaien, de laatste Molenaars, maar kijken de realiteit recht in de ogen.

Wij waren ook Molenaars, begin de jaren ’80. Niet het fanatieke soort, niet ‘van in ’t bestuur’ en zo. We keken naar die mensen op, die een sleutel hadden en bleven om te sluiten. Wij waren al blij als we op een zondagochtend eens achter de toog mochten staan en onze platen draaien. ’t Was toen open op vrijdag, zaterdag, zondag én woensdag.

Ik zat op kot en had een treinabonnement waarop stond: tot woensdag kon een heenreis en vanaf woensdag een terugreis. Dus op woensdag kwam ik ‘terug’ naar ‘t Molentje, en daarna weer ‘heen’ naar Gent. Er was maar één probleem: mijn ouders. Ik studeerde elke avond immers heel hard op kot, zodat ik in ‘t weekend uit kon gaan. Dus stapte ik met een jas met kap van een vriendin incognito van de bushalte op de platse naar de Kouterstraat. Eén keer dwarste ik m’n pa in de Elisabethstraat.

Dat was toen zo: je deed dingen die je ouders beter niet wisten. Je ging naar ’t Molentje, elke dag dat het open was. Je rookte er en dronk bier, af en toe te veel. Officieel: je ging volksdansen en voorbereiden voor de Chiro. Hoeveel uur moet je eigenlijk voorbereiden voor een programma van drie uur? Je dronk uitsluitend cola en spa en die sigaretten hield je ‘bij voor een vriendin’. (Sorry slechte vriendinnen) Zalig dat mijn ouders me in de waan lieten dat ze het meeste geloofden. Ze waren niet van gisteren.

Om maar te zeggen: álles om in ’t Molentje te geraken. Want daar zaten je vrienden. Daar was het gezellig. Daar kwam je tot rust. Rook om je hoofd, een Wiel’s in de hand, of een lief. Daar mocht je jezelf zijn, daar kon je veilig groeien in je onstuimige jong zijn. (mens dat is lang geleden, maar ik voel het soms nog 😉 ) .
Ook voor en na ons, zoveel zielen, zoveel leute, zoveel Molenaars.

We kunnen enkel spreken vanuit onze eigen ervaring, maar we hebben ook kinderen Molenaars. Er zit zelfs een fanatieke tussen, de soort waar wij naar opkeken: bestuur en zo, die na vijf uur ’s morgens thuiskomen omdat ze moeten sluiten. (of die dat toch zeggen.)

Maar de ‘wij’ van deze tijd? Die zien het anders. Colruytcafé, las ik in de krant: je koopt je drank en speelt thuis café. Of je viert je 18e verjaardag met een fuif thuis bij je ouders. En eerlijk: ik begrijp die jongeren en die ouders ergens wel, de tijd, en vooral de coronatijd, heeft er ingehakt en een knik gegeven in het leven en de gewoontes van jongeren.

Dat is nu zo: je doet geen dingen meer die je ouders niet mogen weten. Hoewel… ik durf het niet te zweren. 😊

Je ziet elkaar online, je whatsappt je kapot om ergens af te spreken, spannende dingen te doen, speciale etentjes te plannen in hippe tenten of bij je thuis. Maar die spontane, ongedwongen ontmoetingen aan de toog, wie zal er zijn, wie niet, wie bestelt, gaan we nog ergens naartoe, … die verdwijnen.

Ze hebben er dus àlles aan gedaan, die laatste Molenaars, we stonden op de eerste rij te kijken naar zoveel doorzettingsvermogen. Chapeau bestuur en trouwe helpers. Straks hoeven jullie er niet meer van wakker te liggen.

We zullen afscheid nemen in stijl. ‘t Molentje stopt met draaien maar leeft nog voort in komende evenementen. Het leeft zeker voort in de verhalen, de vriendschappen, in dat stuk Molenaar in ons dat nooit verdwijnt en mee maakt wie we vandaag zijn. We hebben met zovelen vorig jaar de fantastische 50e verjaardag gevierd.

Het was goed, int Molentje. Altijd eigenlijk. Ik wil geen oude ‘vroeger was het beter’ zaag worden, (mssn ben ik het al) dus laat ik de vraag of het beter was dan wat nog komt, aan de toekomst over. We zullen het merken aan de kleinkinderen.

Moge het rusten in vrede. Amen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *