
Onlangs waren we op de uitvaart van zuster Roza, ‘tante masseur’, die de gezegende leeftijd van 105 jaar behaalde. Een mooie dienst met veel respect voor wie ze was en wat ze voor de gemeenschap en haar familie betekende. ,,Als jonge vrouw beantwoordde ze de roep van God,’’ hoorde ik de priester zeggen. En toen, toen was ik even weg.
Even weg naar mijn prille jeugd. Opgroeiend naast het rusthuis, dat voor een deel m’n speeltuin was. Snoepjes gaan aftroggelen bij de oudjes, tot de zusters vonden dat het wel genoeg was. In hun tuin uien oogsten, die bloembollen bleken te zijn. ,,Maar zuster, bij ons thuis eten we dat op hoor!’’ Vallen met de fiets en de zuster van het wit-gele kruis die mijn knie verzorgde en sakkerde dat ik voorzichtiger moest zijn. Zr Germaintje, zr Anna, zr Hildefonse, enkele die ik ben vergeten, en ook zr Alena, zr Francoise en zr Roza dus.
Het kwam dan ook niet uit de lucht gevallen dat ik thuis op een dag vroeg waarom die zusters daar allemaal samen woonden en niet trouwden. Het antwoord dat mijn moeder toen gaf, vergeet ik nooit. ,,Zij kregen een roeping. Op een dag roept God je, en dan kan je geen nee zeggen, je kiest voor hem en gaat in het klooster.’’
Ik kroop die dag, erg geschrokken, in bed met mijn handen over mijn oren, bang dat ik God zou horen roepen. Met die angst liep ik als kind écht enkele jaren rond. Zingen of lezen, voor ik in slaap viel, om God toch maar niet de kans te geven om te roepen. Ik stelde me voor dat hij dat deed als alles rustig was in je hoofd en je anders geen gedachten had. Dus zorgde ik constant voor genoeg onrust in mijn hoofd. En als we thuis of op school een gebed opzegden, hield ik me ongemerkt afzijdig, want stel je voor dat ik bij God in de gratie zou vallen, dat hij me in de gaten kreeg… Want: ik wou ‘trouwen en kindjes krijgen’!
Maar kijk, het kwam goed. Hij heeft (nog) niet geroepen en ik leid het leven dat ik wou. Hij mag nu trouwens nog even wachten ook…
En toen was ik terug op de uitvaart, goed vijftig jaar ouder en wijzer intussen, met de rouwende zusters, die wel degelijk uit vrije wil ingetreden zijn en nu het leven leiden waar zij destijds zelf voluit voor kozen, in dienst van God en de gemeenschap.
Moeder, je weet niet half hoe heel bang je mij maakte, maar het is je vergeven.
Zuster Roza, merci voor deze trip down memory lane, en doe de groeten daar.









