Na een jaar op tram 6 begin je meer en meer te beseffen dat niets nog beter wordt, ongeacht wat krasse tachtigers zeggen terwijl ze hun derde marathon van het jaar lopen of een berg aan het beklimmen zijn. Ik ben al trots op een wandeling met 3% hellingsgraad en twee geslaagde buikspieroefeningen.
Gisteren stapte ik de bus op en een man ging staan. Ik dacht: die moet er straks uit. Maar nee. Hij keek me aan (ik dacht nog: ken ik die misschien? Is dit verborgen camera?) en bood me dan zijn plaats aan. Ik werd er bijna boos om. Bijna. Eerlijk is eerlijk: ik ben gaan zitten.
Thuis keek ik in de spiegel. Ik kon het weten. Zolang er geen spiegel in de buurt is, voel ik me een jong veulen. De spiegel heeft daar doorgaans een andere mening over. Een ander ras of zo. Bovendien gebeurden er het voorbije jaar nóg dingen die een ‘oude van dagen’ kan afvinken. Zeg nu zelf.
Jaarlijkse bijeenkomsten verschuiven plots naar de namiddag en wijn wordt koffie. (Vanaf welk uur is het ethisch verantwoord om toch wijn te bestellen?) Hét gespreksonderwerp op die bijeenkomsten: kleinkinderen.
Mijn dagelijkse sociale-mediafeed wordt overheerst door stoelyoga, hoorapparaten en Tena. (Wablief? Het algoritme weet dingen over mij die ik zelf nog niet wist.)
Ik haal niet alleen alle vrienden van m’n kinderen door elkaar, maar mix meteen ook hele generaties. (“Moh, is dat de papa van…” “Nee ma, dat is de opa van…!”)
Altijd toch die tickets uitprinten, want stel dat de iPhone raar doet. (Meestal doet die smartphone normaal en ben ik het die raar doe.)
Ineens begrijp ik waarom mijn ouders na de middag even in de zetel gingen zitten. (Echt.)
Maar… er zijn ook voordelen.
Je krijgt korting op cultuur. Je hoeft niet meer overal een mening over te hebben (al heb ik die wel). Je ontdekt dat veel problemen zichzelf oplossen als je ze een week negeert. En als je zegt: “Ik ben moe”, is men meestal geneigd je te geloven. Niemand zegt: “Komaan zeg, jij bent toch nog jong?”
Zo blij met Dirk, de kinderen, kleinkinderen, familie en vrienden. Mensen die blijven meestappen doorheen de tijd, ook wanneer ik al eens vergeet waar we precies naartoe gaan of wat ik in de kelder doe. Ze blijven geduldig luisteren naar verhalen die ze wellicht al vele keren hebben gehoord.
Op naar die 61 dus. Nog niet stokoud. Wel een leeftijd waarop je spontaan enthousiast wordt van een goede bloeduitslag, een bloeiende kamerplant, een woord waar je direct opkomt en een nacht waarin je maar één keer moet opstaan. Nee, geen Tena!
Maar vooral: dankbaar, en ergens in mijn hoofd toch nog altijd 18, met dank aan S. om me daarop attent te maken. Ik geloof het heel graag. Groetjes, Katrien











